Het verhaal van Maureen de Lange, shorttrack

Het verhaal van Maureen de Lange, shorttrack

“Na het shorttrack begon mijn tweede leven”

Maureen de Lange, geboren in 1978, groeide op in Leiderdorp, in een hechte en sportieve familie waar bewegen vanzelfsprekend was. Aan de Rijn zette ze haar eerste slagen op het ijs, en in Leiden maakte ze bij IHCL kennis met shorttrack, een discipline die haar meteen paste. Samen met haar tweelingzus stroomde ze al jong door naar Jong Oranje, gedreven door fanatisme dat thuis net zo normaal was als ademhalen. In 1988 zag ze als tienjarig meisje shorttrack op de Olympische Spelen – toen nog als demonstratiesport; het zaadje voor een droom werd geplant.

Tien jaar op het hoogste niveau

Maureen kwam op haar zestiende al in de nationale ploeg. Tien jaar op het hoogste niveau volgden: intens, vormend met pieken en dalen. Het hoogtepunt was haar deelname aan de Olympische Winterspelen van 1998 in Nagano, waar ze uitkwam in de 3000 meter relay voor vrouwen.
In 1999 volgden sportieve doorbraken met internationale successen. Zo werd ze derde van Europa en stond ze met trots op het podium. Dit terwijl de sport zelf in die periode nog in ontwikkeling was en faciliteiten niet altijd vanzelfsprekend waren. Blessures, onzekerheid en financiële uitdagingen hoorden erbij. Maar ze kijkt vooral met een positief gevoel terug op die periode. Het leven van een topsporter beviel goed; hard trainen, alles uit jezelf halen en een duidelijk doel. Een mooie bonus: de reizen en zo mooie plekken van de wereld zien.

Plezier én spanning voor twee

En extra bijzonder: Maureen heeft haar sportloopbaan met haar tweelingzus kunnen delen. “Het delen van een topsportcarrière met een tweelingzus brengt steun, maar ook spanning voor twee. Je leeft elkaars ritten mee en voelt alles dubbel; vreugde, teleurstelling, zenuwen.” Later zag Maureen pas hoeveel effect hun sportcarrière heeft gehad op het gezin. Haar ouders en ook haar oudere zus hebben ervoor gezorgd dat de tweeling hun droom kon najagen door zich aan te passen aan hun trainingsprogramma. Voor alle steun is ze haar familie dankbaar. “Mijn familie was in alle fases, heel belangrijk en zonder hen was het allemaal niet gelukt.” Met de wetenschap dat juist die stabiele basis essentieel is voor goede prestaties bouwde Maureen aan haar toekomst. Ze studeerde Social Work en ontdekte dat het helpen van mensen haar tweede natuur is. Dat inzicht nam ze mee na haar sportcarrière, toen ze vanaf 2006 in de hulpverlening ging werken.

Rust in ‘team thuis’ essentieel

Maureen ziet haar leven na haar topsportcarrière als haar tweede leven: “Er kwam ruimte voor andere leuke dingen. Verjaardagen, feestjes, verdere ontwikkeling in het werk.” Ze verdiepte zich steeds meer in de manier waarop topsport relaties beïnvloedt. Met dezelfde vastberadenheid die ze ooit op het ijs toonde, is ze zich steeds meer gaan verdiepen in dit thema. In 2024 zette ze de stap naar een eigen praktijk, waar ze met haar ervaring uit haar sportcarrière en haar kennis als relatietherapeut topsporters en hun partners begeleidt naar een stabiele thuisbasis. Voor Maureen staat vast: “prestaties beginnen thuis. Een stabiele relatie, open communicatie en het durven vragen van hulp maken sporters sterker, niet kwetsbaarder.”

De topsport en shorttrack blijven niet alleen dichtbij via haar werk, maar ook via de familie. De volgende generatie breekt door. Angel Daleman, de dochter van haar zus, heeft de schaatsgenen meegekregen en schaatst op het hoogste niveau. “Dit jaar heeft ze zich net niet weten te plaatsen voor de Winterspelen. Maar ik ben een trotse tante!”

Wat Maureen wil meegeven? “Als je thuisbasis goed is. Dan kun je beter presteren. Heb je meer zelfvertrouwen. Zit je lekker in je vel. Zorg dus dat het goed gaat thuis. Dat je oké bent met elkaar. Dan geeft dat jou dat extra zetje om te presteren en je partner de kracht om naast je te blijven staan.”

Meer weten over Maureens werk? Kijk op https://maureendelange.nl

Het verhaal van Andre in het Veld, zwemmen

Het verhaal van Andre in het Veld, zwemmen

“Mijn definitie van topsport.. niet het resultaat is bepalend, maar de opoffering die iemand ervoor wil doen.”

Ik was al bijna 11 toen ik mijn zwemdiploma haalde en de enige sport die ik op dat moment actief beoefende was vissen. Dat deed ik al als kind van 6 in mijn geboorteland Ierland. Des te grappiger dat ik meedeed met de schoolzwemwedstrijden van de lagere school en zomaar tweede werd op de vrije slag. Moet dus toch aanleg geweest zijn.

Binnen 3 maanden een kringrecord

Ik ging in de weekends naar zondagschool en toen een van de meisjes vertelde dat zij lid was van het Almelose ZPA, dacht ik hé, misschien is dat zwemmen wel leuk om te gaan doen. Ik ging naar een proeftraining begin januari 1970 en kwam terecht bij dezelfde badmeester die me eerder 2 jaar op zwemles had gehad….
1 keer in de C-groep meegedaan en de week erna mocht in al in de B- groep komen, nog 2 weken later in de A-groep, dat waren de beste kinderen. Ik zwom nog geen 3 maanden en had een wedstrijd, waarbij ik direct al een kringrecord zwom op de 100 vrije slag.

Vanaf dat moment begon het natuurlijk echt leuk te worden en de ene na de andere mijlpaal werd bereikt, ik mocht naar de NK, stond aan het eind van het jaar zowaar tweede op de ranglijst van heel Nederland.

Spelenderwijs

Twee jaar later de eerste nationale titels en het gemak waarmee het allemaal ging, zou eigenlijk totaal niet passen bij mijn definitie van topsport. Dat is namelijk iemand die er voor kiest om alles te doen (en laten) voor zijn of haar sport. Daarbij is niet het resultaat bepalend, maar de opoffering die iemand ervoor wil doen. Tot mijn 16e heb ik dat zeker niet gedaan, hoewel ik een trainingsopkomst van bijna 100 procent had en als voorbeeld voor onze zwemselectie diende. Het ging me spelenderwijs makkelijk af, net als school.

Als je echt wil, dan is er heel veel mogelijk

Tot op zeker moment het besef kwam dat de Olympische Spelen van 1976 in Montreal waren en de limiettijden voor de 4 x200 meter vrije slag redelijk binnen bereik lagen, vanaf dat moment werd dat de doelstelling. In mijn examenjaar van het Atheneum heb ik door goed plannen en door alle afleidingen aan de kant te zetten, mijn examen gehaald, de Spelen gehaald en mijn rijbewijs na 10 lessen gehaald. Dat is dus topsport. Zoals vele topsporters kunnen beamen, als je echt wil, dan is er heel veel mogelijk, als de wil en discipline er is. Ik werd door iedereen gesteund, ouders, coaches, school, dag maakte het geweldig om te doen.

Topjaar dus dat 1976, maar de investering in training kwam er pas een jaar later helemaal goed uit, toen ik bij een invitatiewedstrijd in Bremen zomaar 3 nationale records in één weekend verbrak. Ik was mijn studie aan de TH in Enschede gestart en qua training deed ik even iets minder op dat moment. De studie ging wat minder goed en pa vond dat ik beter kon gaan werken. Zo geschiedde het en mijn sportverleden heeft me snel aan werk geholpen, eigenlijk bij elke wisseling van baan heeft me dat goed geholpen.

Mijn opgroeiende dochter van 13 houdt me jong

Na 38 jaar werken bij een uitgever, ben ik nu terecht gekomen bij Dekra, de vroegere Kema, en nadat ik mijn pensioengerechtigde leeftijd daar heb bereikt, werk ik nog gewoon door, omdat het nog steeds leuk is. In de maatschappij vond ik altijd plezier in het werk belangrijker dan een imposante carrière bereiken, maar ook daar ging het me redelijk makkelijk af, sinds ik de keuze voor IT als vakgebied heb gekozen. Ik kan al mijn hobby’s er nog gewoon bij blijven doen, zeilen, skiën, hengelsport (nog steeds) en muziek passen er nog steeds bij en mijn opgroeiende dochter van 13 houdt me jong, ook al sport ik niet meer actief.

Het verhaal van Marjan Smit, softbal

Het verhaal van Marjan Smit, softbal

“De Spelen waren het hoogtepunt, maar de lessen kwamen pas daarna”

Ze begon als negenjarig meisje bij de peanuts, de jongsten van de club. Twintig jaar later stond ze op het grootste sportpodium ter wereld: de Olympische Spelen van Beijing. In dit verhaal blikt een voormalig softbalinternational terug op haar reis, de impact van topsport en het leven daarna – waarin nieuwe ambities ontstonden en oude lessen pas echt gingen leven.

Van peanuts naar het nationale team

“Mijn softbalcarrière begon toen ik negen was. Gewoon bij de jongste jeugd. Pas op mijn achttiende maakte ik de overstap naar een club op nationaal niveau. Daar ging alles sneller, harder – en daar kwam ik ook in beeld bij het nationale team.” In 1999 werd ze opgeroepen voor de selectie en reisde met het team af naar Australië. “We speelden tegen het Australische team en mochten ruiken aan de plek waar in 2000 de Spelen zouden plaatsvinden. Helaas lukte het ons niet om ons te kwalificeren. Ook in 2003 grepen we mis – Italië was te sterk.” Maar in 2007 kwam de kans opnieuw. “Dit keer trokken wij aan het langste eind. De Spelen van Beijing lagen binnen handbereik. Nog een jaar keihard trainen en bewijzen dat ik een plekje verdiende. En dat lukte.”

Trots, druk en mentale strijd

In 2008 mocht ze Nederland vertegenwoordigen op de Olympische Spelen. “Het was een lange en harde weg, maar het was het waard. Een van de meest indrukwekkende momenten was het binnenlopen van het stadion tijdens de openingsceremonie. Overweldigend, groots, uniek.” Hoewel ze tevreden was over haar eigen prestaties, speelde het team onder niveau. “Dat was teleurstellend. Zeker in het begin beïnvloedde dat mijn terugblik op de Spelen. Je wilt iets neerzetten waar je trots op kunt zijn.”

Nu, jaren later, is die trots sterker. “Het vertegenwoordigen van je land op zo’n toernooi is niet voor iedereen weggelegd. Dat ik daar deel van heb uitgemaakt blijft uniek.”

Nieuwe ambities, nieuwe inzichten

Naast haar sport studeerde en werkte ze altijd. “Ik vond dat belangrijk en wilde dat niet loslaten. Het heeft me geleerd om goed te plannen en veel tegelijk aan te kunnen. Maar het was ook zwaar. Vermoeiend. Mentaal zwaar.” Pas na haar afscheid van de sport besefte ze hoe diep de druk zat. “Het plezier was weg. Iedere fout bleef hangen, de goede dingen zag ik niet. Ik had het mezelf makkelijker kunnen maken, bijvoorbeeld door te stoppen met werken. Maar ik vond mijn baan te leuk – en mijn werkgever gaf me de ruimte.” Na de Spelen ging ze ‘gewoon’ weer aan het werk. “Wel stopte ik met softbal, maar ik bleef actief als coach voor jonge talenten. Zo nam ik niet direct afscheid van de sport.” En er kwamen nieuwe doelen. “Ik wilde een marathon lopen. Dat werden er zeven. Inmiddels doe ik triathlons – zwemmen, fietsen, lopen. Het sporten blijft trekken.”

Geloof in jezelf

Wat ze anderen wil meegeven? “Je kunt heel veel bereiken door er hard voor te werken. Maar vergeet niet te genieten van de mooie momenten. En geloof in jezelf. Dat had ik zelf wat meer mogen doen.”

Het verhaal van Het Olympisch Stadion

Het verhaal van Het Olympisch Stadion

“Ik was het hart van de Spelen van 1928 – en ik leef nog steeds”

“Mijn verhaal begint in 1923,” zou het stadion kunnen zeggen. Toen werd Amsterdam namelijk aangewezen als gaststad voor de Olympische Spelen van 1928. Aanvankelijk was het plan om een bestaand stadion te verbouwen, maar dankzij een lening van de gemeente en een succesvolle inzamelingsactie kwam er bijna 2 miljoen gulden beschikbaar. Genoeg om het stadion helemaal nieuw te bouwen. Het ontwerp kwam van architect Jan Wils, die een toren van precies 42,19 meter toevoegde – een knipoog naar de afstand van de marathon. Een subtiele, maar trotse manier om te laten zien dat de Spelen naar Amsterdam kwamen.

Primeurs en protesten

De Spelen van 1928 brachten veel nieuws. Het was het eerste stadion waar het Olympisch vuur de hele Spelen door brandde. Niet met een fakkel uit Griekenland, maar gewoon met een lucifer van een medewerker van het gasbedrijf. Toch was het een traditie die bleef. Ook bijzonder: voor het eerst deden vrouwen mee aan atletiek en gymnastiek. Pierre de Coubertin was daar fel op tegen, maar Amsterdam zette de deur open. 

Tijdens de Spelen was het stadion een kleine stad op zich. Er was een restaurant, een telegraafkantoor, een politiebureau met cellen, een EHBO-post, een zwembad voor 6000 toeschouwers en zelfs een personeelswoning. Alleen dat laatste huisje en het postkantoortje zijn gebleven.

Verval en wederopstanding

Na de gloriedagen van 1928 verloor het stadion langzaam terrein. De komst van grote evenementenlocaties zoals de Arena, Ziggo Dome en RAI betekende dat het stadion veel evenementen kwijtraakte. Het dreigde te verpauperen. Maar in 1996 kwam er een reddingsplan. Met 23 miljoen gulden werd het stadion grondig gerenoveerd. De tweede ring en wielerbaan verdwenen, de lichtmasten werden gereconstrueerd, en onder de tribunes kwamen kantoren en bedrijfsruimtes. In 2000 was het stadion teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat.

In 2002 verkocht André Hazes sr. 36.000 kaartjes voor een concert in het stadion. Het regende pijpenstelen, maar het optreden kreeg een iconische status. Sindsdien hebben stadionconcerten hier een bijzondere betekenis.

Erfgoed en herinnering

In 2005 opende het Sportmuseum Olympic Experience zijn deuren in het stadion. Een prachtig initiatief, maar helaas in 2014 gesloten. Gelukkig waakt conservator Bernard Hilgers nu over het Olympisch erfgoed. Ook de buitenbaan werd aangepakt voor het EK Atletiek 2016. Een groot succes, met meer dan 125.000 bezoekers. Rondom het stadion verrezen bijna 1000 woningen in het Olympisch Kwartier. Daarmee is het stadion nu letterlijk ingebed in de stad.

In 2018, bij het 90-jarig jubileum, kreeg het stadion een nieuwe rol: het decor voor het tv-programma Andere Tijden Sport. Daarnaast is het stadion tegenwoordig het toneel van de Nationale Sportherdenking op 4 mei, de Amsterdam Marathon met 45.000 lopers, en zelfs de Nationale Rollatorloop. In 2023 deden 187 deelnemers mee – een ode aan vitaliteit en levensvreugde.

De droom van 2028

In de jaren ’90 werd er gelobbyd om de Spelen van 2028 opnieuw naar Amsterdam te halen. Er was enthousiasme, er waren plannen, maar zonder steun van de regering strandde het initiatief. Tegenwoordig moet een Olympisch stadion minstens 60.000 toeschouwers kunnen ontvangen. Het Olympische Stadion zou slechts een bijrol kunnen spelen – misschien voor hockey of beachvolleybal.

Het Olympisch Stadion is meer dan een gebouw. Het is een levend monument, een plek waar geschiedenis is geschreven en waar sport, cultuur en herinnering samenkomen. Het stadion is misschien niet de modernste, maar het heeft karakter. En zolang mensen blijven rennen, schaatsen, zingen en herdenken, blijft het Olympisch Stadion bestaan.

Het verhaal van Anthonie Wurth, judo

Het verhaal van Anthonie Wurth, judo

“Topsport leerde mij het verschil tussen willen en kiezen, ondernemerschap leerde mij het verschil tussen een medaille en betekenis.”

Ik begon met judo toen ik 5 jaar was, maar pas later ontdekte ik de belangrijkste les die ik in mijn sportcarrière heb geleerd, het verschil tussen willen en kiezen. Veel sporters willen naar de Olympische Spelen, maar heel weinig kiezen ervoor. Kiezen betekent dat je bereid bent om echte offers te brengen. Ik koos ervoor.

Dat betekende dat ik mijn eindexamen van de HTS een jaar uitstelde vanwege het WK, dat ik net een relatie had maar tóch in Japan (het judo mekka) ging wonen, dat ik acht jaar lang op een extreem strikt dieet in mijn gewichtsklasse leefde, dat ik dag en nacht trainde en dat mijn sociale leven vrijwel stil stond. Het is geen garantie voor succes, maar het is wel een voorwaarde om op het allerhoogste niveau mee te doen.

Daar verloor ik mijn droom

Op 27 juli 1992 stond ik in Barcelona op de Olympische tatami, in het Palau Blaugrana, in de klasse tot 78 kilo. Daar verloor ik ook mijn droom. Niet door gebrek aan kracht, techniek of voorbereiding, maar omdat ik tijdens mijn belangrijkste gevecht geen initiatief nam. Ik was te voorzichtig, te bang om mijn droom te verliezen. Precies daardoor verloor ik hem. Ik liep de mat af met het gevoel dat ik mezelf tekort had gedaan, en dat gevoel is jarenlang mijn scherpste leermeester geweest.

Na mijn sportcarrière startte ik in 1995 mijn eigen bedrijf. Dertig jaar later is My New Behavior actief in Amerika en Europa. We helpen organisaties en individuen met duurzame gedragsverandering, met een methode en software die ik zelf heb ontwikkeld en die mensen in hun eigen tempo laten werken aan routines die leiden tot het gedrag dat zij nodig hebben om hun doelen te bereiken. Veel van die aanpak komt rechtstreeks uit de topsport. De vraag blijft altijd dezelfde: wil je veranderen, en kies je ervoor? Want gedrag verandert niet door motivatie, maar door kleine keuzes die je elke dag opnieuw maakt.

De belangrijkste les is het nemen van initiatief

De belangrijkste levensles uit mijn Olympische jaren, het nemen van initiatief, gebruik ik nog elke dag. Zeker in een tijd waarin AI mij als ondernemer de kans geeft om continu nieuwe stappen te zetten. Blijven bewegen, blijven leren, blijven durven en blijven dromen. Dat is voor mij initiatief.

Als ik terugkijk op mijn topsportcarrière baal ik nog steeds dat ik geen medaille heb gewonnen. Maar de waarde die die reis mij heeft gegeven als mens en als ondernemer is groter dan wat er om mijn nek had kunnen hangen. Een paar jaar geleden lanceerde ik een gedragsprogramma voor de Amerikaanse overheid waarmee blinden en slechtzienden worden ondersteund bij het realiseren van hun grootste dromen: onafhankelijk kunnen leven en werk vinden. Dat doet iets met je perspectief. Het missen van een medaille voelt dan anders. Ik ben ongelooflijk trots dat ik voor deze doelgroep iets kan betekenen. En inmiddels heb ik het initiatief genomen om dat ook in Nederland te doen.

Naast mijn bedrijf ben ik voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Olympische Deelnemers. Samen met het bestuur heb ik de nieuwe identiteit Dutch Olympians neergezet, een initiatief waar ik veel energie van krijg.

De echte winst is het geven van betekenis

In de afgelopen jaren heb ik twee boeken geschreven over gedrag en gedragsverandering, en ik werk aan mijn derde. Het is bijzonder om te zien dat de inzichten die ik ooit op de mat leerde, nu worden gebruikt door leiders, teams en organisaties in meer dan honderd landen in vijftig talen. In de Verenigde Staten sta ik op het podium als keynote speaker. Dat voelt soms hetzelfde als vroeger in de arena. Hetzelfde gevoel van spanning, focus en presteren op het hoogste niveau, alleen draag ik nu geen judopak meer, maar de verantwoordelijkheid om mensen iets waardevols mee te geven.

En misschien is dat uiteindelijk de echte winst. Geen medaille, maar betekenis.

Anthonie Wurth
Founder en CEO My New behavior
Voorzitter Dutch Olympians