Het verhaal van Het Olympisch Stadion

“Ik was het hart van de Spelen van 1928 – en ik leef nog steeds”

“Mijn verhaal begint in 1923,” zou het stadion kunnen zeggen. Toen werd Amsterdam namelijk aangewezen als gaststad voor de Olympische Spelen van 1928. Aanvankelijk was het plan om een bestaand stadion te verbouwen, maar dankzij een lening van de gemeente en een succesvolle inzamelingsactie kwam er bijna 2 miljoen gulden beschikbaar. Genoeg om het stadion helemaal nieuw te bouwen. Het ontwerp kwam van architect Jan Wils, die een toren van precies 42,19 meter toevoegde – een knipoog naar de afstand van de marathon. Een subtiele, maar trotse manier om te laten zien dat de Spelen naar Amsterdam kwamen.

Primeurs en protesten

De Spelen van 1928 brachten veel nieuws. Het was het eerste stadion waar het Olympisch vuur de hele Spelen door brandde. Niet met een fakkel uit Griekenland, maar gewoon met een lucifer van een medewerker van het gasbedrijf. Toch was het een traditie die bleef. Ook bijzonder: voor het eerst deden vrouwen mee aan atletiek en gymnastiek. Pierre de Coubertin was daar fel op tegen, maar Amsterdam zette de deur open. 

Tijdens de Spelen was het stadion een kleine stad op zich. Er was een restaurant, een telegraafkantoor, een politiebureau met cellen, een EHBO-post, een zwembad voor 6000 toeschouwers en zelfs een personeelswoning. Alleen dat laatste huisje en het postkantoortje zijn gebleven.

Verval en wederopstanding

Na de gloriedagen van 1928 verloor het stadion langzaam terrein. De komst van grote evenementenlocaties zoals de Arena, Ziggo Dome en RAI betekende dat het stadion veel evenementen kwijtraakte. Het dreigde te verpauperen. Maar in 1996 kwam er een reddingsplan. Met 23 miljoen gulden werd het stadion grondig gerenoveerd. De tweede ring en wielerbaan verdwenen, de lichtmasten werden gereconstrueerd, en onder de tribunes kwamen kantoren en bedrijfsruimtes. In 2000 was het stadion teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat.

In 2002 verkocht André Hazes sr. 36.000 kaartjes voor een concert in het stadion. Het regende pijpenstelen, maar het optreden kreeg een iconische status. Sindsdien hebben stadionconcerten hier een bijzondere betekenis.

Erfgoed en herinnering

In 2005 opende het Sportmuseum Olympic Experience zijn deuren in het stadion. Een prachtig initiatief, maar helaas in 2014 gesloten. Gelukkig waakt conservator Bernard Hilgers nu over het Olympisch erfgoed. Ook de buitenbaan werd aangepakt voor het EK Atletiek 2016. Een groot succes, met meer dan 125.000 bezoekers. Rondom het stadion verrezen bijna 1000 woningen in het Olympisch Kwartier. Daarmee is het stadion nu letterlijk ingebed in de stad.

In 2018, bij het 90-jarig jubileum, kreeg het stadion een nieuwe rol: het decor voor het tv-programma Andere Tijden Sport. Daarnaast is het stadion tegenwoordig het toneel van de Nationale Sportherdenking op 4 mei, de Amsterdam Marathon met 45.000 lopers, en zelfs de Nationale Rollatorloop. In 2023 deden 187 deelnemers mee – een ode aan vitaliteit en levensvreugde.

De droom van 2028

In de jaren ’90 werd er gelobbyd om de Spelen van 2028 opnieuw naar Amsterdam te halen. Er was enthousiasme, er waren plannen, maar zonder steun van de regering strandde het initiatief. Tegenwoordig moet een Olympisch stadion minstens 60.000 toeschouwers kunnen ontvangen. Het Olympische Stadion zou slechts een bijrol kunnen spelen – misschien voor hockey of beachvolleybal.

Het Olympisch Stadion is meer dan een gebouw. Het is een levend monument, een plek waar geschiedenis is geschreven en waar sport, cultuur en herinnering samenkomen. Het stadion is misschien niet de modernste, maar het heeft karakter. En zolang mensen blijven rennen, schaatsen, zingen en herdenken, blijft het Olympisch Stadion bestaan.

Dutch olympians nvod webimage 12