“De Spelen waren het hoogtepunt, maar de lessen kwamen pas daarna”
Ze begon als negenjarig meisje bij de peanuts, de jongsten van de club. Twintig jaar later stond ze op het grootste sportpodium ter wereld: de Olympische Spelen van Beijing. In dit verhaal blikt een voormalig softbalinternational terug op haar reis, de impact van topsport en het leven daarna – waarin nieuwe ambities ontstonden en oude lessen pas echt gingen leven.
Van peanuts naar het nationale team
“Mijn softbalcarrière begon toen ik negen was. Gewoon bij de jongste jeugd. Pas op mijn achttiende maakte ik de overstap naar een club op nationaal niveau. Daar ging alles sneller, harder – en daar kwam ik ook in beeld bij het nationale team.” In 1999 werd ze opgeroepen voor de selectie en reisde met het team af naar Australië. “We speelden tegen het Australische team en mochten ruiken aan de plek waar in 2000 de Spelen zouden plaatsvinden. Helaas lukte het ons niet om ons te kwalificeren. Ook in 2003 grepen we mis – Italië was te sterk.” Maar in 2007 kwam de kans opnieuw. “Dit keer trokken wij aan het langste eind. De Spelen van Beijing lagen binnen handbereik. Nog een jaar keihard trainen en bewijzen dat ik een plekje verdiende. En dat lukte.”
Trots, druk en mentale strijd
In 2008 mocht ze Nederland vertegenwoordigen op de Olympische Spelen. “Het was een lange en harde weg, maar het was het waard. Een van de meest indrukwekkende momenten was het binnenlopen van het stadion tijdens de openingsceremonie. Overweldigend, groots, uniek.” Hoewel ze tevreden was over haar eigen prestaties, speelde het team onder niveau. “Dat was teleurstellend. Zeker in het begin beïnvloedde dat mijn terugblik op de Spelen. Je wilt iets neerzetten waar je trots op kunt zijn.”
Nu, jaren later, is die trots sterker. “Het vertegenwoordigen van je land op zo’n toernooi is niet voor iedereen weggelegd. Dat ik daar deel van heb uitgemaakt blijft uniek.”
Nieuwe ambities, nieuwe inzichten
Naast haar sport studeerde en werkte ze altijd. “Ik vond dat belangrijk en wilde dat niet loslaten. Het heeft me geleerd om goed te plannen en veel tegelijk aan te kunnen. Maar het was ook zwaar. Vermoeiend. Mentaal zwaar.” Pas na haar afscheid van de sport besefte ze hoe diep de druk zat. “Het plezier was weg. Iedere fout bleef hangen, de goede dingen zag ik niet. Ik had het mezelf makkelijker kunnen maken, bijvoorbeeld door te stoppen met werken. Maar ik vond mijn baan te leuk – en mijn werkgever gaf me de ruimte.” Na de Spelen ging ze ‘gewoon’ weer aan het werk. “Wel stopte ik met softbal, maar ik bleef actief als coach voor jonge talenten. Zo nam ik niet direct afscheid van de sport.” En er kwamen nieuwe doelen. “Ik wilde een marathon lopen. Dat werden er zeven. Inmiddels doe ik triathlons – zwemmen, fietsen, lopen. Het sporten blijft trekken.”
Geloof in jezelf
Wat ze anderen wil meegeven? “Je kunt heel veel bereiken door er hard voor te werken. Maar vergeet niet te genieten van de mooie momenten. En geloof in jezelf. Dat had ik zelf wat meer mogen doen.”
