Het verhaal van Andre in het Veld, zwemmen

“Mijn definitie van topsport.. niet het resultaat is bepalend, maar de opoffering die iemand ervoor wil doen.”

Ik was al bijna 11 toen ik mijn zwemdiploma haalde en de enige sport die ik op dat moment actief beoefende was vissen. Dat deed ik al als kind van 6 in mijn geboorteland Ierland. Des te grappiger dat ik meedeed met de schoolzwemwedstrijden van de lagere school en zomaar tweede werd op de vrije slag. Moet dus toch aanleg geweest zijn.

Binnen 3 maanden een kringrecord

Ik ging in de weekends naar zondagschool en toen een van de meisjes vertelde dat zij lid was van het Almelose ZPA, dacht ik hé, misschien is dat zwemmen wel leuk om te gaan doen. Ik ging naar een proeftraining begin januari 1970 en kwam terecht bij dezelfde badmeester die me eerder 2 jaar op zwemles had gehad….
1 keer in de C-groep meegedaan en de week erna mocht in al in de B- groep komen, nog 2 weken later in de A-groep, dat waren de beste kinderen. Ik zwom nog geen 3 maanden en had een wedstrijd, waarbij ik direct al een kringrecord zwom op de 100 vrije slag.

Vanaf dat moment begon het natuurlijk echt leuk te worden en de ene na de andere mijlpaal werd bereikt, ik mocht naar de NK, stond aan het eind van het jaar zowaar tweede op de ranglijst van heel Nederland.

Spelenderwijs

Twee jaar later de eerste nationale titels en het gemak waarmee het allemaal ging, zou eigenlijk totaal niet passen bij mijn definitie van topsport. Dat is namelijk iemand die er voor kiest om alles te doen (en laten) voor zijn of haar sport. Daarbij is niet het resultaat bepalend, maar de opoffering die iemand ervoor wil doen. Tot mijn 16e heb ik dat zeker niet gedaan, hoewel ik een trainingsopkomst van bijna 100 procent had en als voorbeeld voor onze zwemselectie diende. Het ging me spelenderwijs makkelijk af, net als school.

Als je echt wil, dan is er heel veel mogelijk

Tot op zeker moment het besef kwam dat de Olympische Spelen van 1976 in Montreal waren en de limiettijden voor de 4 x200 meter vrije slag redelijk binnen bereik lagen, vanaf dat moment werd dat de doelstelling. In mijn examenjaar van het Atheneum heb ik door goed plannen en door alle afleidingen aan de kant te zetten, mijn examen gehaald, de Spelen gehaald en mijn rijbewijs na 10 lessen gehaald. Dat is dus topsport. Zoals vele topsporters kunnen beamen, als je echt wil, dan is er heel veel mogelijk, als de wil en discipline er is. Ik werd door iedereen gesteund, ouders, coaches, school, dag maakte het geweldig om te doen.

Topjaar dus dat 1976, maar de investering in training kwam er pas een jaar later helemaal goed uit, toen ik bij een invitatiewedstrijd in Bremen zomaar 3 nationale records in één weekend verbrak. Ik was mijn studie aan de TH in Enschede gestart en qua training deed ik even iets minder op dat moment. De studie ging wat minder goed en pa vond dat ik beter kon gaan werken. Zo geschiedde het en mijn sportverleden heeft me snel aan werk geholpen, eigenlijk bij elke wisseling van baan heeft me dat goed geholpen.

Mijn opgroeiende dochter van 13 houdt me jong

Na 38 jaar werken bij een uitgever, ben ik nu terecht gekomen bij Dekra, de vroegere Kema, en nadat ik mijn pensioengerechtigde leeftijd daar heb bereikt, werk ik nog gewoon door, omdat het nog steeds leuk is. In de maatschappij vond ik altijd plezier in het werk belangrijker dan een imposante carrière bereiken, maar ook daar ging het me redelijk makkelijk af, sinds ik de keuze voor IT als vakgebied heb gekozen. Ik kan al mijn hobby’s er nog gewoon bij blijven doen, zeilen, skiën, hengelsport (nog steeds) en muziek passen er nog steeds bij en mijn opgroeiende dochter van 13 houdt me jong, ook al sport ik niet meer actief.

Foto andre in het veld klein